De Marollenwijk, gelegen tussen het Justitiepaleis en het Zuidstation, is één van de meest karak-teristieke stukjes Brussel. De wijk kent een grote verscheidenheid aan bewoners, woonvormen, rommel- en antiekwinkeltjes, cafés en restaurants. Het buurtleven speelt zich vooral af rondom twee evenwijdig lopende straten: de Hoogstraat en de Blaesstraat. De Blaesstraat leidt naar het Vossenplein waar de beroemde vlooienmarkt is. De Hoogsstraat ligt, zoals de naam het zegt, hogerop tegen de heuvel aan waar in de 19de eeuw verscheidene hectaren van de Marollenwijk plaats maakten voor het Justitiepaleis.
De wijk tussen Blaesstraat en Hoogstraat vormt vandaag een merkwaardig stedenbouwkundig ensemble gekenmerkt door smalle, hellende straatjes, grillige rooilijnvormen en typische trappen. Tot in de jaren tachtig van de vorige eeuw was dit een zeer verpauperde buurt.
Door acties van de buurtbewoners en door toenemende beleidsaandacht voor stadsvernieuwing werd een buurtwerking opgezet, en werden budgetten vrijgemaakt voor een verregaande stadsvernieuwing.
De heraanleg van het plein Breughel de Oude vormt één van de centrale stadsvernieuwingsprojecten in de Marollenwijk.
Het ontwerp voor het plein wordt gekenmerkt door een subtiele transformatie van de bestaande topografie. Door de sterke hellingsgraad van het plein (gem. 8 %) diende een oplossing te worden gevonden dat enerzijds een functioneel gebruik van de ruimte toelaat en anderzijds het pleineffect behoudt. Daartoe werd het plein uitgevoerd in vijf plateaus, van elkaar gescheiden door traptreden.
Elk plateau is voorzien van stadsmeubilair en groenaanplanting en is toegankelijk voor mindervaliden. Op het hoogste punt van het plein is een lift geplaatst welke de Marollenwijk verbindt met de hoger gelegen wijk rondom het Poelaertplein. Op het laagste punt van het plein staat een kunstwerk, de zogenaamde ‘praatboom’. De ruimtelijke geleding van het plein in vijf gelijke plateaus creëert een differentiatie in het gebruik en de beleving zonder dat de eenheid in het geheel verloren gaat. De vijf plateaus zijn uitgevoerd in kasseien met traptreden in blauwe steen.
