Hergebruik van klassieke woonwijken in Vlaanderen
Onderzoek huidige en toekomstige woonbehoeften
In opdracht van het Departement RWO – Ruimtelijke Planning van de Vlaamse overheid werkte Grontmij in 2007 een verkennend onderzoek uit met betrekking tot de creatieve omgang met verkavelingen en het zoeken naar nieuwe woningtypes. De studie kadert in de globale herziening van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen op de lange termijn.
De opdracht ging uit van de veronderstelling dat de klassieke woonwijken, die gerealiseerd werden in de jaren 1960 – 1980, onvoldoende zijn aangepast aan de huidige en toekomstige woonwensen en bevolkingsgroepen. Het onderzoek inventariseerde 360 woonwijken, groter dan 25 ha, samen goed voor ongeveer 260.000 ha.
Sociale, demografische en morfologische kenmerken van deze wijken werden systematisch onderzocht. Kwaliteiten en knelpunten werden beschreven in functie van het formuleren van oplossingen om het woningbestand beter af te stemmen op toekomstige behoeften. Het onderzoek resulteerde in specifieke beleidsaanbevelingen voor deze woonwijken op het niveau van het Vlaams ruimtelijk beleid.

Nieuwe woonconcepten werden onderzocht naar hun mogelijke ruimtelijke inpassing in bestaande verkavelingen. Hiervoor werden vijf cases uitgewerkt. Tevens werden deze modellen ook bevraagd bij huidige wijkbewoners. Een interessant idee betrof het ‘Kangoeroewonen’. Het is een antwoord op de stijgende bouwgrondprijzen en vergrijzing van de bevolking. Dit is namelijk een bouwformule waarbij twee gezinnen (een oud en een jong) op één stuk grond wonen. Kangoeroewonen kan op twee manieren gerealiseerd worden: een bestaande woning wordt verbouwd of een totaal nieuwe woning wordt gebouwd. In beide gevallen wordt het huis in twee aparte woningen onderverdeeld, elk met zijn eigen ingang. De kangoeroewoning laat dus toe om ergens levenslang te wonen.