Afbakening van stedelijke gebieden
Ruimtelijke vertaling in concrete acties
Met de afbakening van de kleinstedelijke gebieden wordt invulling gegeven aan de bindende bepalingen van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV), welke de provincie de opdracht geeft om de structuurondersteunende kleinstedelijke gebieden en de kleinstedelijke gebieden op provinciaal niveau af te bakenen.
Het afbakenen betekent dan ook het concreet geografisch invullen van de ruimtelijke opties uit het RSV en uit het provinciaal ruimtelijk structuurplan (PRS). Het afbakeningsproces moet aangeven tot waar het stedelijk gebied juist reikt. Dat betekent niet alleen het tekenen van een harde lijn. Even belangrijk is de vraag wat het begrip stedelijk gebied inhoudt en hoe dat ruimtelijk vertaald kan worden in concrete acties.
Het doel van de afbakening is aan te geven waar een beleid van groei, concentratie en verdichting gewenst is en welke gebieden gevrijwaard moeten blijven van stedelijke ontwikkelingen. Bij de voorstudie wordt een hypothese uitgewerkt op de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van het stedelijk gebied.
Voor diverse provinciebesturen heeft Grontmij afbakeningsvoorstellen en ruimtelijke uitvoeringsplannen uitgewerkt. Deze opdrachten bestaan uit het opmaken van een voorstel van afbakening van het kleinstedelijk gebied en het opmaken van een ontwerp van provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan voor deze afbakening. Het resultaat is een formeel goedgekeurd provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan dat voorschriften bevat met een verordenende kracht. De meerwaarde van de afbakening ligt vooral in het afspreken van een actieprogramma. Zoals de ontwikkeling van regionale bedrijventerreinen, het realiseren van stedelijke strategische projecten of het versterken van binnenstedelijk wonen.
